Paul de Grauwe tackelt een stroman PDF  | Afdrukken |  E-mailadres
Geschreven door Tuur Demeester   
zaterdag, 24 oktober 2009 09:49

In zijn bijdrage van 24 oktober in de Morgen, getiteld "Tachtig jaar na de crash van 1929", schrijft professor Paul de Grauwe het volgende:

"In de jaren dertig liepen nogal wat economen rond die geïnspireerd waren door een sociaal darwinisme dat ervan uitging dat een economische recessie goed was omdat die het systeem "uitzuiverde" van de zwakken en van diegenen die grote fouten hadden begaan. Na de recessie zou de economie sterkers zijn, omdat alleen de fitste lui overleefden. De overheid moest dus zeker niet proberen de recessie tegen te gaan. Op lange termijn leidt zo'n politiek enkel tot zwakke economische structuren. Er lopen nog enkele economen rond die in dit verhaal geloven. Gelukkig vormen ze een uitzondering."

Het is niet met zekerheid te zeggen, maar het lijkt er sterk op dat de Grauwe hier verwijst naar de theorie van de Oostenrijkse School, waar hij kortgeleden in een commentaarstuk door Simon van Wambeke nog eens op gewezen werd.

Maar klopt het wel het dat de reden waarom Oostenrijkse economen de crisis noodzakelijk en "zuiverend" noemen is omdat de zwakken en diegenen die grote fouten hebben gemaakt erdoor worden geliquideerd? Laat ons even naar de bron kijken. Dit is wat Murray Rothbard schrijft in een van de meest bekende beschrijvingen van de "Austrian Business Cycle Theory":

The "boom"(...) is actually a period of wasteful misinvestment. It is the time when errors are made, due to bank credit's tampering with the free market.

Met andere woorden, het krediet dat private en centrale banken uit het niets creëren zorgt ervoor dat ondernemers foute investeringsbeslissingen maken maken, beslissingen die niet zijn afgestemd op wat mogelijk en wenselijk is met het beschikbare kapitaal. Rothbard vervolgt verderop in zijn betoog:

The crisis signals the end of this inflationary distortion (...) The "depression" is actually the process by which the economy adjusts to the wastes and errors of the boom, and reestablishes efficient service of consumer desires.

Tijdens de crisis wordt de door de inflatie en fractioneel reservebankieren veroorzaakte misleiding duidelijk. Mensen beseffen dat er veel minder kapitaal beschikbaar is dan ze daarvoor dachten, en gaan daardoor anders consumeren en investeren. De "economische crisis" is dan de periode waarin de economische productiestructuur zich heraanpast aan de noden en wensen van de consumenten. Zo moeten we ook Rothbards conclusie begrijpen:

In short, and this is a highly important point to grasp, the depression is the "recovery" process, and the end of the depression heralds the return to normal, and to optimum efficiency. The depression, then, far from being an evil scourge, is the necessary and beneficial return of the economy to normal after the distortions imposed by the boom. The boom, then, requires a "bust".

Het "uitzuiveren" slaat dus niet het uitschakelen van personen, maar wel op het rechtzetten van foute beslissingen. En dit gebeurt niet door een strijd van de sterkeren tegen de zwakkeren, maar wel in de vredevolle omgeving van de marktplaats, waar de consumenten tijdens het depressiestadium door hun koopgedrag bepalen welke bedrijven het beschikbare kapitaal op een "goede" manier gebruiken, en welke op een minder goede manier. In crisistijd gaan mensen bijvoorbeeld meer naar de Colruyt en kopen ze minder Mercedessen — en dat vertaalt zich in een heraanpassingsproces waarbij sommige bedrijven beloond worden en andere moeten besparen of, hoe jammer het ook is, failliet gaan.

Kortom, het sociaal darwinisme waar Paul de Grauwe naar verwijst blijkt niet aanwezig te zijn in de Oostenrijkse theorie. Wat "Oostenrijkers" betogen is dat, willen we niet in een permanente economische crisis en een situatie van hyperinflatie belanden, de heraanpassing van de economische productiestructuur noodzakelijk, wenselijk, en daarom "goed" is. Meer nog, een kwade pen zou de tafels kunnen omkeren en Prof. de Grauwe zèlf van sociaal darwinisme kunnen beschuldigen: hij is het immers die een politiek verdedigt van het in het zadel houden van de "sterksten": de onstabiele bankkartels en centrale banken die met hun artificieel lage rentes de ondernemers en consumenten al jaren tot verkeerde investeringen aanzet en door hun destructieve inflatiepolitiek voor aanzienlijke inkomensherverdelingen zorgen, weg van de spaarders en de verdieners van vaste lonen, naar speculeerders, grote bedrijven, en uiteraard ook de overheid. Maar in plaats van elkaar van kwade bedoelingen te beschuldigen (overigens lijkt ons de stelling dat de heer de Grauwe een sociaal darwinist zou zijn erg betwijfelbaar) is het wellicht constructiever het over de argumenten ter zake te blijven hebben.