Boekbespreking: Social Contract, Free Ride: A study of the Public Goods Problem

Dit is zonder enige twijfel een heel rare review, om de simpele reden dat ik niet het gevoel heb dat ik erg veel heb begrepen van het boek. (Maar vermits dit ook gezegd moet worden, is dat een onderdeel van de review.) De reden hiervan is tweeledig. Enerzijds is De Jasay geen eenvoudige schrijver. Naar zijn eigen zeggen is zijn hoofdstuk 6 het belangrijkste van het boek en dat staat vol met symbolen. Er is een verklarende symbolenlijst; dus wie echt de moeite wilt doen om telkens terug te zoeken wat hij bedoelt met elk symbool, kan de essentie van zijn argument (waarschijnlijk/hopelijk) wel begrijpen, maar die moeite had ik er niet voor over. Dus terwijl dat De Jasay niet al te eenvoudig schrijft, had ik ook niet echt de tijd om het boek de aandacht te geven die het nodig heeft om het volledig te begrijpen.

Laat ik echter toch, in de mate van het mogelijke, trachten te becommentariëren wat ik wel begrepen heb. In essentie beargumenteert De Jasay 3 zaken. Ten eerste: de typische redeneringen die overheidsinterventie rechtvaardigen voor de voorziening van publieke goederen - zelfs de medeliberaal Nozick moet er aan geloven - zijn dubieus. (Als ik hem goed begrepen heb, zegt hij niet per se bij allemaal dat ze ronduit verkeerd zijn. De Jasay is een heel genuanceerd denker. Hierbij kan opgemerkt worden dat hij het soms daardoor nodeloos te moeilijk maakt - maar dat is een andere kwestie.) Ten tweede: er zijn goede redenen om, tegen de standaardliteratuur in, aan te nemen dat publieke goederen voorzien kunnen worden in een vrij systeem. Ten derde: de overheid zelf wordt een probleem van een publiek goed, door een collectief actie probleem. Over al deze zaken, nu meer.

Het boek is verdeeld in 2 grote delen, die elks uit 5 hoofdstukken bestaan. In het eerste deel wordt het eerste puntje dat ik hierboven vermeld heb besproken, in het tweede deel vooral het tweede punt en in het laatste hoofdstuk van het tweede deel het derde punt.

Het eerste deel heet dan ook, toepasselijk, 'The Surrender of Autonomy'.

De Jasay begint met 2 hoofdstukken waarin hij de problemen die typisch ontstaan bij coöperatie uitlegt. Hij bespreekt dit ruim, i.e. beperkt zich niet alleen tot de problemen die ontstaan bij de zogenaamde 'publieke goederen', maar bij elke vorm van coöperatie. Hij bespreekt de issues van 'default', 'enforcement' en de verschillen tussen 'contract' en 'command' (vrijwillig en onvrijwillig). In het derde deel wordt dan de standaardvisie over publieke goederen uitgelegd. Opvallend is dat doorheen het gehele boek er uitgebreid gebruik gemaakt wordt van gametheory. 'k ben niet voldoende gelezen in deze materie om daar over te oordelen, maar ik denk dat De Jasay toch net iets andere cases - maar daarom niet minder correct - aanhaalt dan in de typische literatuur. (Maar, alweer, daar kan ik niet over oordelen.)
In het vierde en vijfd hoofstuk - toepasselijk respectievelijk 'social contract' en 'social choice' genoemd - gaat het over de (wijsgerige/economische/politieke/etc.) rechtvaardigen voor de onderwerping van je autonomie aan een sociaal contract en, a fortiori, aan een sociale keuze mechanisme. Buchanan, Nozick en Hobbes zijn maar enkele auteurs die hier besproken worden. (Er moet aan toegevoegd worden dat De Jasay - zoals ik eigenlijk al wist - nog maals heeft bewezen dat hij tegelijkertijd erudiet is, als een indrukwekkende geest heeft. Zijn bespreking van Nozick toont aan dat hij Nozick heel goed heeft gelezen (en begrepen) en is daardoor in staat het Nozickeaans argument op een andere manier, relevant voor het boek, voor te stellen: in gametheoretische vorm.) In zijn analyse van 'social choice' is er toch 1 zaak dat ik wil opmerken. De Jasay analyseert de vooronderstellingen die we hebben als we iets aan collective beslissingsmakingsprocessen (i.e. 'andere mensen met macht') overlaten. Ofwel hebben we een meta-preferentie voor de preferentie van A (i.e. we willen wat hij wilt), ofwel denken we dat A beter in staat i dan ons om onze eigen preferenties te kennen. Geniaal inzicht; en alhoewel dat velen geneigd zullen zijn daar een initiële afkeer van te hebben, is het echter wel degelijk zo dat dit een noodzakelijke voorwaarde moet zijn om voor collectieve beslissingsprocedures te zijn.

Daarna gaan we over naar het tweede deel. Het voornaamste argument - waar ik mezelf toe in staat acht om het te reconstueren - is dat publieke goederen worden gedefinieerd als 'non-excludable' en 'non-rivalness'. Maar dat heeft simpelweg te maken met de 'exclusion costs', i.e. hoeveel het kost om iemand anders (die niet betaald) daar niet van te laten profiteren. De 'exclusion costs' van een supermarkt, zijn de hoge muren.!We zouden, in theorie, kunnen besparen op ons voedsel indien we 'exclusion costs' (kassiersters, veiligheidsmannen, elektronische tags, muren, etc.) niet moeten betalen voor voedsel! (Maar we lopen dan echter tegen andere problemen op - ik kan me niet herinneren dat De Jasay dit zegt; maar dit voeg ik, als iemand die in de traditie van de Oostenrijkse school zit, er aan toe.) Zijn punt, zover ik het begreep, was dat exclusion costs een subjectief gegeven zijn, die aangepast kunnen worden naar elk goed. Dat is verre van zijn enige argument, maar wel het enige argument dat ik met een redelijke accuraatheid kan herhalen. Daarna probeert hij enkele hoofdstukken ang allerlei argumenten te formuleren om aan te tonen dat 'publieke goederen' best wel in een vrije coöperatieve omgeving tot stand kunnen komen. Enkele argumenten - als ik me daar aan kan wagen - die hij geeft zijn simpelweg dat sommigen het niet erg vinden om te betalen voor anderen, zolang ze er zelf maar voordeel uithalen, dat sommigen het integraal niet erg vinden om altruïstisch te zijn, dat normen in een samenleving mensen non-coercief onder druk kunnen zetten om mee te betalen aan publieke goederen, etc.

In het laatste hoofdstuk bespreekt hij het sociaal probleem van overheden. In een notendop: een overheid is publiek toegankelijk om te lobbyen. Als je zelf niet lobbyed achter voordelen, zal iemand anders het doen (waardoor hij de free rider wordt op jij die de sucker bent). Daardoor heeft iedereen een incentive om te lobbyen, en komen we uit bij een maximale staat. Dit kan zelfs verder getrokken worden; door, in plaats van de belastingen te verhogen, het overheidsdeficit te laten verhogen - dan betaalt 'niemand' 'nu' en wordt het een intertemporeel probleem. (Waarbij de latere generaties zich minder goed kunnen verzetten.) Het is niet toevallig dat dit hoofdstuk de titel heeft gekregen: 'The Return of the Free Rider'.

Hierbij had ik graag nog de moeite gedaan om een uitgebreid citaat over te typen, die, mij inziens, compleet to the point is.

In the light of this simple choice, it is puzzling to hear deficits being blamed on the irresponsibilty and demagoguery of "politicians", and strange that the word has much the same connotation as "lying cynical crook". The intended implication is that if politicians were less crooked things would pass differently and less self-indulgent outcomes would be "socially chosen". However, if more "honesty" were to produce some austere result, it might distress the critics even more than the state of affairs they now deplore. For if "politicians" did not make the laws and shape the budgets that maximized (to put it summarily) their chances of being re-elected, they would in effect be frustrating the intent of the social-choice rules ("constitutions") that were designed to give the fullest effect of the preferences of society's members. Under most conceivable constitutions that had a chance of being respected, the normal and constitutionally intended consequence of their doing that would and indeed ought to be some form of electeral punishment. If, however, for argument's sake politicians both frustrated the preferences of their constituenciess and, having done so, managed to stay in power, the social choices made by them (in such matters as spending and taxation) would be dictatorial. For real contractarians, such inherently non-democratic choices could never be legitimate.
Een oh-zo-mooie analyse; zo mooi in al zijn eenvoud.

Zoals ik zei bij het begin: het grootste deel van het boek is over mijn hoofd gegaan, i.e. zou ik niet kunnen reproduceren. Maar de zaken die ik heb begrepen in mijn oppervlakkige literatuur waren heel veel belovend. Ik denk dus dat ik het boek aanraad aan iedereen die de moeite wilt doen en de tijd wilt nemen om de genialiteit - want dat is hij, zonder enige twijfel - van De Jasay te doorgronden. Het is geen eenvoudige literatuur, naar mijn mening. Maar zelfs als je niet alles hebt begrepen, de zaken die wel eenvoudig te begrijpen zijn, zijn zeker relevant. Wie zich dus interesseert in het probleem van publieke goederen en daar een theoretische analyse over wilt (die je gegarandeerd nergens anders krijgt; ik ken niemand die denkt op de vernieuwende wijze van De Jasay), dan is dit boek iets voor u. Indien niet, dan zou ik het aan je voorbij laten gaan. (Tenzij, misschien, het laatste hoofdstuk. Dat is wel degelijk een mustread voor iedereen in de liberale traditie, zover ik zie.)

Misschien dat ik het ooit nog eens lees - voorlopig zet ik het echter terug in de kast: ik heb nog andere boeken te lezen (en eigenlijk ook examens voor te bereiden!)