De eeuwenoude Chinese libertarische Traditie

De eerste libertarische intellectueel was Lao Tse, de stichter van het Taoïsme. Er is maar weinig bekend over zijn leven maar hij schijnt aan het einde van de zesde eeuw voor Christus een persoonlijke kennis van Confucius te zijn geweest, en afstammeling van de lagere aristocratie van de Yin dynastie.

Maar anders dan Confucius, de opmerkelijke verdediger van het bestuur door filosofen-bureaucraten ontwikkelde Lao Tse een radicaal libertarische doctrine. Voor Lao Tse was het individu de hoeksteen en zijn geluk het doel van de samenleving. Als sociale instituties het opbloeien van een individu en zijn geluk bemoeilijkten dan zouden die instituties verkleind danwel helemaal afgeschaft moeten worden. Voor de individualist Lao Tse was de overheid, met "nog meer wetten en regels dan haren op een os", een barbaarse onderdrukker van het individu en iets om "banger voor te zijn dan voor woeste tijgers".

Kortom, de overheid moet gelimiteerd worden tot het kleinst mogelijke minimum; "niets doen" was de juiste functie van de overheid aangezien alleen dat het het individu toestaat op te bloeien en het geluk te bereiken. Elke interventie door de overheid, gaf Lao Tse aan, zou contra-productief zijn en zou leiden tot verwarring en onrust. Na verwezen te hebben naar de gebruikelijke ervaring van de mens met de overheid kwam Lao Tse tot deze scherpe conclusie: "Hoe meer kunstmatige taboes en beperkingen er ter wereld zijn, hoe meer mensen verarmd raken [...] Hoe meer belang er wordt gehecht aan wetten en regels, hoe meer dieven en rovers er zullen zijn".

Het verstandigste is dan ook de overheid eenvoudig te houden en dat de overheid niets doet, want dan "stabiliseert de wereld zichzelf". Zoals Lao Tse het zei: "Daarom zegt de Wijze: 'Ik doe niets en toch veranderen de mensen zichzelf, ik sta rust voor en de mensen maken zichzelf goed, ik doe niets en de mensen maken zichzelf rijk'".

Lao-Tse kwam tot deze uitdagende en radicaal nieuwe inzichten in een wereld die gedomineerd werd door de macht van het Oriëntaalse despotisme. Welke strategie zou gevolgd moeten worden voor een sociale verandering? Het was duidelijk ondenkbaar voor Lao Tse om, zonder beschikbare historische of eigentijdse voorbeelden van libertarische sociale veranderingen, een optimistische strategie voor te stellen, laat staan erover te peinzen een massabeweging te vormen om de Staat omver te werpen. Daarom volgde Lao Tse de enige strategie die hem mogelijk leek, door het bekende Taoïstische pad te adviseren naar terugtrekking uit de maatschappij en de wereld, naar retraite en innerlijke bedachtzaamheid.

Ik wil naar voren brengen dat het heel goed mogelijk is dat Lao Tse, hoewel eigentijdse Taoisten het terugtrekken uit de maatschappij aanbevelen als een religieus of ideologisch principe, hij het juist niet voorstond uit principe maar als de enige strategie die hem in zijn wanhoop open stond. Als het hopeloos was te proberen om de maatschappij uit de onderdrukkende verknoping van de staat de halen dan nam hij wellicht aan dat het de juiste weg was om de terugtrekking uit de maatschappij en de wereld te adviseren als de enige manier waarop aan de Staatstirannie kon worden ontkomen.

Dat terugtrekking van de Staat een dominant Taoïstisch doel was kan afgeleid worden uit de inzichten van de grote Taoïst Chuang Tse (369-286 vC) die, twee eeuwen na Lao Tse, de "laissez faire"-ideeën van de meester doortrok naar hun logische eindpunt: individueel anarchisme.

De invloedrijke Chuang Tse, een opmerkelijke kunstenaar die schreef in beeldende parabels, was een hooggeleerd man in de provincie Meng en stamde ook af van de oude aristocratie. De faam van Chuang Tse, een lage ambtenaar in de provincie waar hij geboren was, was wijd en zijd bekend in heel China, zelfs zo bekend dat koning Wei van het koninkrijk Chu een gezant met grote cadeaus naar Chuang stuurde om hem aan te sporen Wei's Minister van Algemene Zaken te worden. Chuangs spottende afwijzing van het aanbod van de koning is één van de van de grootste verklaringen uit de geschiedenis door de man die wellicht de eerste anarchist ter wereld was:

"Duizend pond goud is inderdaad een grote beloning, en de functie van belangrijkste minister is zeker een verheven functie. Maar heeft u, Heer, niet de te offeren os zien wachten op het offeren in het koninklijk heiligdom, de Staat? Hij wordt een paar jaar goed verzorgd en voorzien van een dekkleed rijkelijk doorweven met goudstiksel, opdat hij klaar zal zijn om de Grote Tempel binnengeleid te worden. Kan hij daarna nog, als hij zelfs graag zou willen ruilen met willekeurig welk eenzaam varken, dat doen? Dus, vort, maak dat je wegkomt. Belaster me niet. Ik zou nog liever zwerven, en maar wat niks doen in een modderige greppel om mezelf te vermaken, dan geplaatst te worden onder de beperkingen die de heerser mij zou opleggen. Ik zal nooit een officiële functie aannemen, en zo zal ik mijn doelen bevredigen."

Chuang Tse herhaalde en verfraaide Lao Tse's toewijding aan het individualisme en verzet tegen het bestuur door de Staat: "Er is zoiets geweest als het alleen laten van de mensheid; er is nooit zoiets geweest als het [met succes] besturen van de mensheid". Meer nog, de wereld "hoeft eenvoudig niet bestuurd te worden, sterker, hij zou niet bestuurd moeten worden". Chuang Tse was ook de eerste die het idee uitwerkte van "spontane orde", wat vooral door Proudhon in de negentiende en door F.A. Hayek van de Oostenrijkse School in de twintigste eeuw werd ontwikkeld: "Goede orde ontstaat spontaan als dingen met rust worden gelaten".

Chuang Tse was bovendien wellicht de eerste theoreticus die de staat als een bandiet op grote schaal zag: "Een kleine dief wordt in de gevangenis gegooid. Een grote bandiet wordt de heerser van een Staat". Het enige verschil tussen Staatsheersers en roverhoofdmannen is de grootte van hun plunderingen. Dit thema van "heerser als rover" werd later, onafhankelijk natuurlijk, herhaald door Cicero en daarna door St. Augustinus en andere Christelijke denkers in de Middeleeuwen.

Murray N. Rothbard
Vertaling door Stichting MeerVrijheid van dit artikel op Mises.org (met veel dank aan J.V.).